De rekensom van Paul
(65) en Riet (68)
|
De uitkomst voor Bob (70) en Anneke
(67)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| De benodigde koopsom die in dit voorbeeld
voor de direct ingaande lijfrente moet worden afgestort aan de verzekeraar
is € 111.862 en de looptijd is 17 jaar. Nieuwe maandlast: In dit geval wordt de nieuwe maandlast € 115. Zij betalen namelijk € 900 aan hypotheekrente en ontvangen maandelijks uit de lijfrente een bedrag van € 785. Zij gaan er ten opzichte van de huidige situatie € 187 op vooruit. Dit maandbedrag is exclusief belastingeffecten. Afhankelijk van de financiële situatie wordt geadviseerd het saldo van € 187 te reserveren voor toekomstige rentestijgingen. Naast de maandelijkse uitkering ontvangen Paul en Riet ook nog € 87.727 vrij beschikbaar! Wilt u vrijblijvend meer informatie klik dan hier. |
De nieuwe hypotheek € 265.000 minus de € 116.000
(oude hypotheek) geeft een financieringsruimte van € 149.000. In de opzet is rekening gehouden met een koopsom direct ingaande lijfrente van € 82.693. Deze heeft een looptijd van 15 jaar. Nieuwe maandlast: De nieuwe hypotheekrente ad € 1.115 minus de uitkering van de lijfrente van € 627 geeft een nieuwe maandlast van € 488. Genoemde maandlast is exclusief belastingeffecten. Hiernaast ontvangen Bob en Anneke nog € 60.257 vrij beschikbaar. Contraverzekering: Wanneer Bob en Anneke voor de einddatum van de lijfrente komen te overlijden, zal het resterende kapitaal van de lijfrente in zijn geheel toevallen aan de verzekeraar. Bob en Anneke achten dit niet wenselijk, daarom kiezen zij voor een contraverzekering. De eenmalige koopsom bedraagt in hun geval € 3.090. Dit is gebaseerd op een jaarlijkse daling van het kapitaal. |